Some call it poetry

Where did it go?

Het is niet dat ik niet gelezen wil worden - zoals deze blog al doet vermoeden. Maar mijn schrijfsels die op gedichten lijken, mijn woordenspinsels, zijn toch weer verbannen van de hoofdpagina. Ze staan nog tussen de 'laatste berichten' en netjes op een rij in hun eigen categorie, maar niet meer tussen de rest. Daar horen ze namelijk niet.
Ik wil alleen gelezen worden door diegenen die het ook daadwerkelijk willen lezen en belangrijker nog, veel van wat ik schrijf is niet of niet helemaal gelinkt aan wat er nu speelt. Of wel gelinkt, maar ontzettend uitvergroot. Mijn 'so called poetry' gaat om woorden, zinnen - niet om waarheid. Dat wilde ik toch maar even duidelijk maken, voor m'n vader zich zorgen gaat maken als hij weer eens mijn zware kost voor z'n ogen krijgt. Ik ben soms nou eenmaal een dramatisch, melancholisch meisje dat zich mee kan laten slepen door ideeën, gebeurtenissen van jaren geleden of dingen die eventueel ooit zouden kunnen gebeuren in een toekomst die wellicht niet eens de mijne zal zijn.

En al is het niet per se mijn leven, het zijn wel stukjes van mijn hart, woorden die ik lief heb, zinnen die ik me eigen heb gemaakt, strofe's waar ik om ben gaan geven. Dat verdient een apart plekje, niet in het volle licht, maar zeker niet in de schaduw.

Tronada

De lucht breekt pas op als het klaar is.

Alles in huis beweegt mee in mijn golven,
net iets verder dan zonder scherven kan.
Zet hier je voet niet lukraak neer –
leid me weg.

Bevrijd me van de blikken
van de mensen
van het leven dat ik was
van de straten waar ik lag
en hysterisch heb gehuild
of het licht alsjeblieft weer aan mag.

Met mijn handen brak ik mijn borst op
en vond het resultaat van jaren weggaan

niets om voor te blijven.

Drijf me voort tot de waanzin
in mij zoveel grenzen overging
dat je in het lijnpatroon kan lezen
hoeveel levens ik niet eerder zag.
Met zweepslagen als woorden
die goed gemikt een hart kunnen inlijven –
breek me in. Leid me de weg.

De lucht klaart pas op als je breekt

Er zijn altijd dagen

Er waren dagen in het donker.

Er waren dagen dat ik nachten rondliep
op zoek naar iets om kwijt te raken,
want ik verlies zo graag. Ik mis zo graag,
wat is er mooier dan iets kwijt te zijn.

Er waren dagen dat ik je niets vertelde –
er zijn maar zoveel woorden voor een zwart
dat zelfs mijn stem absorbeerde.
Met armgebaren en voetgestamp probeerde ik,
maar tevergeefs. Hoe zie je het verschil
tussen vluchten weg van iets en ergens heen?

Er waren dagen dat ik glimlachte.
Er waren dagen dat je dacht dat ik gelukkig was.



Er waren dagen dat ondanks alles ik nog schrijven wilde,
dat ik wist dat er ooit een dag en dit waar zou zijn,
dat waren niet meer zijn is, er achter zoveel dingen
eindelijk punten staan, maar nooit, nooit meer

aan het eind

Vuurtoren

Vertel je geliefde dat je naar huis gaat.
Ga naar huis Julia, kom naar huis;
kom naar mij.

Daar zaten we dan, aan het einde van de wereld
die we kenden. 'Licht is pas zichtbaar
als het ergens op valt,' schreef je me later.
'Zoals ik voor jou, maar er komt niets terug;
alles wat ik had verdween in jou.'

Een zwart gat zo groot als de zee waaraan we zaten,
maar zie: geen mens komt hier vandaan,
er is iets dat maakt dat je hier blijven wil.
Wie niets heeft, hoeft niets meer. Zie dan
meisje, mooie vrouw: je wil teveel om hier
bij mij te kunnen zijn.

Ik zal je schrijven, later als we oud zijn
geworden zonder te vergeten hoe het was,
toen het nog donker was 's nachts
en je stem zo zacht en brekend,
dat je nooit had gedacht
dat dít een thuis kon zijn.

Ook zonder woorden.

Wat als ik niet kan zeggen
ik vind je lief
omdat het niet genoeg is.
Ik kijk: ik hou van je
en je leest het uit mijn ogen -

maar vergeet het zodra
één van ons zich omdraait.
Rug tegen rug in een bed
waar zoveel ruimte is
dat er niemand tussen past.


Je draagt mijn hart in je handen
en in de spaties ligt de stilte
die me dingen toefluistert
die niemand ooit horen zal.
Jaren die ons binden
herinneren ons aan wie we waren,
wie we zouden zijn. Het ligt
opgesloten in oude berichten
als bewijslast. Het was liefde-
un crime passionel.

En het geeft niet, al die ruwe randjes
en de pijn die ze geven. Wees de man
die naast me wakker wordt en de huid kust
waar ik in mijn eigen vingers sneed.

Bouwtekening

Voor haar of voor Troje:
voor wie het eerst in mijn handen valt.

Ze houdt me vast.
In één woord vang je geen schrijver,
maar zonder zin verlies ik alles
aan haar
de taak me op te schetsen.

Ze kent de maat van mijn voeten,
want ook zij danst te snel,
haalt me in, houdt me tegen,
verleidt de dood in mijn leven.
Een balzaal in mijn hart,
maar geen ruimte voor een derde,
voor wie de kleur niet kent
of niet bekend
is met de liefde van een ander.

Dit is mijn lief
of heel dichtbij
het hoogste van belang.
Hoe lang we zijn of uit elkaar,
de cijfers maken niet meer bang.
Hoe zij me ziet, ons zijn benoemt,
staat vast - nog niet geschreven.
Door de lijnen die zij schetst,
is zij verbonden aan mijn leven.

Campus Stellae

Voor BV.

Er zit een gat tussen nacht en dag
waar de drank zich in verschuilt
naast de onvoorwaardelijkheid
van jouw hand op mijn rug.

We zetten stappen
als een pelgrim op pumps
blijft de muziek in onze oren hangen
tegen de muren van verlangen
naar alles wat niet mag
in het daglicht.

Sluit je ogen.

Dromen laten geen ruimte voor plannen
we zien wel
welke weg we hebben gelopen
of we vielen of vlogen
of we ooit anders zullen zijn
meer dan dit
heb ik nu niet nodig.

De bel die de emmer doet overlopen.

'Het is dweilen met de traan open-'
ze lacht. Ik wacht:
is dit het punt waarop ik stop met huilen?

De wolk is zacht, zo zacht dat ze zwijgt
en me liefkoost. Ik zwelg in zelfmedelijden -
dat is wat men zegt, maar ik hoor het niet.
Ik houd mijn eigen hoofd onder water,
want niemand anders doet het voor me.
Ik stik niet, ik verdrink niet;
ik staar gelukzalig naar de luchtbel
die me veilig houdt en nooit zal breken.

Ze zeggen dat alles uiteindelijk breekt;
dat ik mijn mond moet spoelen met zeep;
dat tijd alles heelt.
Ze liegen.

Ik heb de tijd niet nodig,
deze zeepbel breekt niet.

e.v.a.

Mijn woorden zijn als de hakken van een hoer op straat:
te hard, te aanwezig, maar alles wat ik heb
om je te verleiden.
Ieder woord stelt dezelfde vraag:
Vind je me mooi? Ben ik bijzonder?
Denk je aan me in het donker?-
Slaap je in mijn bed vannacht?

Ik weet niet wat ik had verwacht.
Wat zoekt de man die in de regen zijn huis verlaat
op straat? Logica gaat onder met de zon.
De nacht biedt wat je zojuist in handen hield,
wat had je dan verwacht?

Wie het alfabet niet kent, moet gaan 'a' zeggen,
maar ik speel niet volgens de regels. Ik ben
Alleen, ik woon hier
Achter, ga je met me mee?
Alsjeblieft?

Mijn woorden zijn als de dagen dat ik naast je wakker werd:
te vroeg en ongepast, maar verslavend. Wil je meer?

Als ik mijn hakken uit trek
en niet naast je wakker word,
trekt de stilte me in zich terug,
sliep je vannacht voor het laatst naast mij
en met mij

nog vele anderen.

Ik kan niets voor je schrijven.

Ik kan niets voor je schrijven -
de woorden vallen niet op hun plek,
zolang ik mijn plaats nog niet ken.

Ik kan niet voor je schrijven, niet nu,
niet zolang iedere letter verwarring oproept
en ieder woord twijfelt aan zijn eigen succes.
Het zou aaneenhangen van vraagtekens,
zolang ik niet weet waar ik een punt moet zetten;
wanneer heb ik genoeg gezegd?
Zelfs iedere vraag voelt als één teveel,
dus geef maar geen antwoord vandaag
wil ik het niet horen. Wees maar stil.




Als je goed luistert, hoor je me in de stilte,
hoe mijn hoofd op volle toeren draait
om alles op te houden. Wat als het zal -
falen is geen optie, maar laat mij maar
vallen. Voldoe niet aan mijn eisen,
want ik stel ze onmiddellijk bij:
niets is goed genoeg wanneer het beter kan.

Ik kan niets voor je schrijven,
hoogstens voor mij.

Over een meisje dat het leven liet - voor wat het was.

"Niet het doel, maar de weg erheen is belangrijk”
- ik weet het als geen ander.
Dus ik ga niet dood:

ik sterf af.

Het resultaat mag er wezen, maar hoeft er niet te zijn,
als ik maar op weg ben, als ik maar dichtbij kom.

Zul je ze vertellen hoe het was?
Van die dag aan zee, hoe ik met mijn armen in de lucht
ronddraaide en schaterlachend het strand af rende -
dat je bang was dat ik niet terug zou komen
en dat ik dat eigenlijk ook nooit heb gedaan;
van die nacht dat ik niet wilde slapen, om te kijken
naar de maan en hoe ver ik kon gaan
en dat ik altijd verder ging dan dat;

van alles waar ik mee speelde en mijn missie
om alles te breken voor het barst;
van de keren dat ik opgaf en me overgaf
aan jou en we beiden wisten: je bent gewoon
het zoveelste waaraan ik me verlies?

Vertel ze dat het me niet is gelukt.
Ik heb me niet aan je verloren,

ik ben niet afgestorven,

ik ben er nog.

Ik blijf.

Deventer, Februari 2009

Glashard

Luister!

Behoedzaam knerpen je voetstappen

over scherpe sneeuw je oren binnen.

Je wil niet, maar dit ís de wereld.


Niet naar buiten rennen! Niet naar buiten

rennen raakt de glazen daar waar ze breken

en de scherven schreeuwen:

Fluister!


schreeuwen maakt de glazen zwaar
en het zou zo mooi zijn als je gewoon bleef.


Zolang je niet weg wil, lijkt het net alsof

niets kapot kan gaan. Zou het niet mooi zijn

als alles bleef zoals het was? Kwetsbaar,

maar niemand die precies weet hoe erg
tot het geraakt wordt. Tot het barst.

(titelloos)

Wat is er mis met simpelweg verdwijnen?
Je mooiste schoenen, rode jas aan
en de deur achter je dicht trekken.
Op weg van alles wat je tegenhield
om echt te zijn en echt te leven.

In het bos zijn zelfs je hoge hakken stil,
maar als je wil, biedt de straat van de stad
verlossing voor wie het meest op het spel zet.
In de echo klinkt de melancholie van een meisje
dat voor moeders spiegel staat en niet
weet wie ze ziet, maar hoopt dat ze het worden zal.

Misschien kom je wel weer terug.
Morgen -
wanneer alles vanzelf anders is

Pianospel

Met haar vingertoppen probeert ze je te raken:
zwart voor elke keer dat je zuchtte in haar oor
en wit voor de dagen dat ze schreeuwde.

Het slotakkoord is bijna net zo vals als zij.
Wie verlaten is, kan zelf pas weggaan
als zij weer teruggekomen is.

Tot die tijd tel je de uren en de maten
en wacht op het einde van de rust,
met je voet vast boven het pedaal
dat je slechts hoeft in te drukken
om te zorgen dat alles blijft
zoals het is.

2007

Volle manen

"There's no end to the love you can give
When you change your point of view to underfoot
Very good, you may be flat but you're breathing

You are impossible, Delilah: the princess of denial"
The Dresden Dolls - Delilah


Er zit een stuk Delilah in mij, dat zich overgeeft
aan je voeten, wacht tot je haar opneemt in je armen –
en steeds opnieuw verbaasd is als je over haar heen loopt.
De hoop die zich nestelt in mijn benen druipt naar beneden
en lakt mijn nagels in de kleur die je graag ziet. Het verandert

niets, hoogstens hoe je me ziet. Ik ben net Maria
die niet weetwelke rol ze vandaag speelt:
de maagd of de hoer; dus ik doe maar wat
je van me verwacht. Ik lig - stil. Ik wacht. Ik heb lief.

(Oh god zie dan: ik heb lief, tot ik niets meer heb,
omdat die godvergeten mannen nooit geven wat ik wil.
Wat ik wil? Begrijp dat ik niet te begrijpen ben,
snap hoe ik denk en doe, zonder dat ik vertel en vraag
niets. Ik weet niet wie ik ben, maar noem me maar
Delilah of Maria. Wees een man en vraag het niet, niet dat.
Je wilt het antwoord niet weten en ik gaf al veel teveel vandaag.)

Koekoekskind

Er huist een onrust ter hoogte van haar linkerborst
en het knaagt haar helaas net niet helemaal door midden -
het was een goed excuus geweest voor haar gebrek
aan vermogen om te doen wat ze allemaal bedenkt.

Als ze haar vingers naar me uitstrekt, grijp ik haar vast
en het houdt haar op haar plek, maar net,
want ongeworteld zal het altijd voelen alsof ze valt.
Zijn bij haar geboorte behalve de navelstreng
soms ook de banden doorgesneden?
Of is bij de eerste aanblik besloten dat sommigen
nou eenmaal niet gemaakt zijn uit en dus niet voor liefde -
man in witte jas, zo'n twintig jaar geleden, die zei:
“alstublieft, ze is in goede gezondheid
en niets waard.”

In het laatste heeft ze een rotsvast geloof
en gezond doet er niet toe als je zelf niets betekent.
Haar huis is als de bomen op weg naar school
waar al zoveel hartenkreten in zijn gekrast
en haar mondhoeken trekken haar naar de grond
waar ze wil liggen wachten op de stilte.



Ik wacht op de explosie in haar hoofd.
Tijdens het lijmen, fluister ik haar woorden toe
en laat ze plakken, zodat ze me eindelijk gelooft.

Deventer, november 2008

Herfst

Ik zie het spoor en denk aan plekken
waar het heen gaat – en ik niet meer.
Iedereen gaat weg en overal naar toe,
maar ik ben sinds kort gebonden
aan mezelf en een plek waar ik niet van wijk:
thuis.

Op de plekken waar ik je vond, ben ik mezelf
steeds kwijt – of andersom:
vind ik je pas als de leegte in mijn lijf
groot genoeg is voor jou
en alles wat je kwijt wil bij mij?
Je laat geen ruimte voor de onrust die woekert
en uitwaaiert tot het einde van mijn haren.
Maar zolang ik onderweg ben, ga ik altijd weg
van iets en zal ik nergens zijn.

Dus ik blijf waar ik eigenlijk nooit ben weggegaan
en wortel wat dieper terwijl ik wacht.


Mijn haren waaieren op de kleuren van de storm:
deze herfst waai ik niet om.

Deventer, oktober 2008

Niets wakkert zichzelf aan.

Maart 2008

De gele parels die je in mijn haren vlocht
lichten alweer op in de ochtendzon,
maar de dag is nog niet voorbij.
We stellen zelfs de ochtend uit tot later
en later wordt het nooit in een roes
van drank en sigaretten,
die de avond moesten redden
van een al te vroege dood.

Slapen is voor mensen die niet anders
kunnen dromen - ik blijf wakker en
maak nieuwe idealen die de morgen
zullen halen, maar het daglicht nooit.

Vergeef je me als ik altijd zo zal blijven –
met alle mogelijkheden al in mijn hoofd
om verrassing te voorkomen;
met jouw handen in mijn haren en de mijne
uitgestrekt naar een bodem nu ik val;
met veel te weinig woorden om te dichten
wat je voor me openlegt vannacht?

Eén avond in de stad.

Oktober 2007


De avond dat ik gek word is er één
van een eenvoud die je zelden
nog eens ziet.  Het was slechts
de bespottelijke gedachte
dat jij mijn ondergang bent.


In het bos is geen stilte –
er is niets, dus dat is waar ik je zoek.
Ik verberg mijn borsten en buig
wat dieper tot mijn handen
plat  de grond aanraken, mijn benen
zo in tweeën strekken.

Ik begin op de plekken waarvan ik weet
dat ik er niets zal vinden,
om te bedenken wat ik zal zeggen
als ik je uiteindelijk vind vandaag.

Geef me twintig jaar zonder sneeuw
en ik kan hier veilig blijven liggen,
zonder oproer en honden die zien wat ik niet zag:
wat er van me overbijft zo zonder mij,

Ik wacht wel,
tot de lente me aan komt waaien.
De mooiste ondergang die ik ooit heb gekend.

Afspraak drie.

September 2007

Zoals je naast me ligt, lijk je groter dan je bent
en ik dacht niet dat je zo nog in me passen zou;
maar mijn lijf zit me te ruim en ergens tussen
mijn hoofd en sleutelbeen zitten restjes jou.

Nu ik de wereld nog niet aankan,
maar mijn kinderkleren allang niet meer,
weet ik niet wat ik aanmoet met mijn haar
of naar de film, met een éénpersoonsbed
met twee paar benen waarvan één van mij;
hoe klein te zijn in de armen van een man
terwijl ik zelf nog meisje ben en hoe dat te blijven
als ik ondertussen voel hoe veel man hij is.

Mijn lichaam heeft mij vrouw gemaakt.

Het bui't-en lijkt groot.

Oktober 2006


Zusje

Niet de trein rijdt achteruit maar jij

en de wereld boemelrijdt heel hard
de andere kant op

de krant is minstens vijftien keer gelezen
maar heet nog altijd nieuws
en duurt tot morgen op z’n langst

het is niet bij te houden
hoe hard ze zijn en gaan
vandaag veel te snel voorbij

slaap zacht slaap zachter
maak wolken in je hoofd
ademblaas ze op het raam
naar buiten maak het zacht

wacht




en kijk de andere maar kant op.

Er was eens en weer terug.

Juli 2006


-Ik wil niet met beide benen op de grond!-

"Papa, duw je me als ik schommel?
Tot mijn benen de wolken vangen
en mijn tenen kriebelen van vrij-
dag en nacht wil ik blijven
tot ik het ook denk te zijn."

Toen leerde ik lopen en ik hoopte
dat de volgende stap dan vliegen was;
alleen het liegen overleefde
van de rest was verder niets gebleven

ik heb stampgevoet en brandgeschreeuwd
opdat ik los kon komen van de armen,
-dit is geen moederliefde!-
van er-was-eens en ze leefden nog lang
tot ze stierven maar ze stierven nooit
ze moesten gelukkig blijven in jou,
maar waarom zei je dan
dat ik nooit zo worden zou?

Van wolkenhoog
naar beneden
sterven

Papa, duw je me als ik val?

Hoe de wind waait

januari 2006

Stilstand is pas achteruitgang
als de wereld gewoon doordraait.


Het zijn de winden die de wereld waaien,
maar soms ben ik het.
Wie het hardst kan huilen wint.

Ik heb met mijn ogen dicht geprobeerd
de wereld te stoppen, maar ik ontwaakte
in Barcelona en ik was er niet,
toen alles anders werd, ik zag het niet,
dat alles anders werd voor mij,

want wie met alle winden mee waait,
raakt zichzelf uiteindelijk kwijt.

Als ook jij bij me weggaat ben ik het,
die door je haren waaien zal.